Dagrapport. Post 14. Onderwerp: een Cadillac-piloot tussen Sepang en Singapore, op de fiets.
Zondag, na de race, 56 kilometer tot Port Dickson. Maandag en dinsdag samen 322 kilometer, aankomst in Johor Bahru dinsdagavond. Woensdag 40 kilometer tot Singapore. Totaal gemeld: 418 kilometer, vier dagen. De piloot vertelde het donderdag in de paddock van Marina Bay.
Waarnemingen onderweg. Een cobra. Een python. Een grote hagedis. Een hond, die hem achternazat. Een groep koeien, waarachter hij bleef vastzitten.
Ik heb de farde geopend. Er is een vlag voor olie. Een voor de trage wagen. Een voor gevaar. Niets voor koeien. In dertig jaar Blanchimont heb ik één keer een haas gemeld. De wedstrijdleiding antwoordde „copy”. De haas antwoordde niet.
Stukken jungle, soms ’s nachts, met de lamp van de fiets als enige verlichting. Hij verklaarde: „’s Nachts rijden met de verlichting van de fiets, dat was waarschijnlijk het meest epische deel van die doortocht door het woud.” Op de post hebben we ’s nachts een hoofdlamp en de thermos. Dat noemen we niet episch. Dat noemen we kwart voor zes.
Hij zegt de twee zwaarste dagen zo gepland te hebben dat ze niet te dicht bij het raceweekend lagen. Dat is een procedure. Ik keur ze goed.
Uw dienaar merkt op dat de koeien, zij, geen badge hadden.
Ik zwaai. Ik oordeel niet. Zelfs een kudde niet. Verder niets te melden.
Het klopt, we hebben het nagekeken: Nextgen-Auto.






